We gaan door met de huidige projecten op de boerderij in Gulu; varkens, kippen, tilapia, parelhoenders, melkgeiten, Foundations For Farming (FFF) veld, bomen voor houtskool en een voedselbos.
In januari zullen we konijnen (zie foto hieronder) en duiven projecten beginnen. Beide projecten hebben bijna geen maandelijkse kosten en kunnen op lange termijn geld opleveren.
In december zijn we begonnen met een azolla vijver (zie foto links). Azolla is een eiwitrijk waterplantje dat zich snel vermenigvuldigd. Azolla kan worden gevoerd aan varkens, kippen, tilapia en de geiten. We hopen dit jaar een aantal nieuwe vijvers aan te leggen.
In februari hopen we ook te beginnen met een zwarte soldatenvlieg project. De larven van de zwarte soldatenvlieg in combinatie met azolla kan de voerkosten zodanig verminderen dat deze projecten winstgevend kunnen worden.
Op het FFF veld zijn we van plan om het eerste seizoen mais te verbouwen, het tweede seizoen bonen en als er genoeg tijd over is daarna a covercrop te planten.
Vorig jaar hebben we aan 41 lokale families 100 verschillende (fruit)boompjes gegeven, zodat ze op hun eigen boerderij een voedselbos konden aanleggen. We hopen dit jaar 50 andere families deze mogelijkheid te geven. We hopen dat dit op lange termijn ondervoeding van de kinderen tegen zal gaan en dat de families het extra fruit op de markt kunnen verkopen en zo wat extra inkomsten kunnen verdienen.
Het Nieuwe Hope Alive Centrumin Koch Lii
Vorig jaar hebben we op het platteland in het noorden van Oeganda de bouw van een nieuw Hope Alive centrum afgerond (zie foto hieronder). Dit jaar zullen we 50 lokale kinderen sponsoren, zodat ze weer naar school kunnen gaan. Ook zullen we het Hope Alive programma daar opstarten met de Saturday Clubs en training voor de verzorgers van de kinderen.
Op de nieuwe boerderij in Koch Lii hebben we 100.000 bomen voor houtskool productie, 11 bijenkorven en een voedselbos. Dit jaar hopen we een koeien project te starten met 12 koeien en een wormenhotel voor het produceren van goede kwaliteit compost. Op de foto hieronder zie je het koeienproject dat we vorig bezocht hebben in Malawi.
Kampala
In Kampala zal de focus liggen op het uitgeven van microkredieten zodat families van de Hope Alive studenten en alumni zelf een eigen bedrijfje kunnen opstarten.
Daarnaast hopen we op het kantoor in Kampala een hydroponics (zie foto hieronder) en een aquaponics project op te starten. In de hoofdstad hebben de meeste families geen land voor traditionele landbouw. We proberen het eerst zelf uit, maar deze projecten zijn op papier een goed alternatief.
Masaka
In Masaka blijven we de spaar- en leengroepen van de verzorgers van de Hope Alive studenten ondersteunen. Veel verzorgers van de Hope Alive studenten in Masaka kunnen moeilijk rondkomen. Er is bijna geen werk te vinden, dus als je wat wilt verdienen moet je zelf wat opstarten, maar de families hebben geen geld om in een project te investeren. Via de groepen kunnen ze via een microkrediet zelf een bedrijfje opstarten.
We hopen ook zes families de mogelijkheid te geven zelf een azolla vijver aan te leggen op hun eigen terrein en zo de kosten voor het voer voor varkens en kippen te reduceren.
Begin april ben ik, Gertjan, samen met Robert en Charles, twee lokale medewerkers van de Hope Alive trainingsboerderij, naar Malawi gereisd om daar een training in Agroforestry bij te wonen (https://treeoflife.international/duurzame-projecten/malawi). De reis zelf had de nodige problemen en ik had de hele week mijn koffer met schone kleren niet, maar de training zelf was fantastisch. We hebben veel geleerd over praktijken die we op dit moment op de boerderij kunnen verbeteren en tegelijk ook geleerd hoe we in de toekomst lokale families kunnen trainen.
Al een aantal jaren verbouwen we mais op de boerderij met de Foundations For Farming (FFF) principes. Lokale boeren gebruiken een methode waar ze ieder jaar hun land verbranden en daarna ploegen. Het land beschadigd, goede grondstoffen verdwijnen, er is veel erosie en het is slecht voor het milieu. De FFF methode verbrand het land niet en het land wordt ook niet geploegd. In plaats daarvan wordt er een laag mulch op het veld gelegd en er wordt compost toegevoegd tijdens het planten. We verbouwen mais op een ¼ hectare en hebben ook een ¼ hectare waar we mais op de lokale manier verbouwen. De resultaten zijn duidelijk. De FFF methode heeft de laatste paar oogsten een dubbele opbrengst.
We hebben nog geen training georganiseerd voor de lokale boeren, want op twee punten is het lastig voor lokale boeren om het over te nemen. Ten eerste heb je een grote hoeveelheid gras en ander groen materiaal nodig om genoeg mulch te hebben voor je veld. Veel lokale boeren hebben dat niet en ze hebben ook niet de middelen om het van anders naar hun boerderij te halen. Ten tweede heb je een goede hoeveelheid (koeien)mest nodig. De armste boeren, waar wij vooral mee werken, hebben geen koeien en hebben ook geen geld om dat te kopen en naar hun boerderij te brengen. Zelfs met voldoende mest is het nog steeds veel werk om de compost te maken.
Op de boerderij hebben we voldoende land om de mulch te vinden en de varkens in het deep-litter systeem maken voor ons de compost. Het is echter niet mogelijk voor de lokale families om dit makkelijk te kopiëren.
De training in Malawi bood een oplossing voor deze problemen. Rondom het FFF veld en in rijen in het veld planten ze stikstofbindenden bomen en bomen die snel veel groen materiaal voor mulch groeien. Tijdens de training hebben we zelf een test plot ontworpen van 30 bij 30 meter, die we op de boerderij zullen gaan planten en daarna als demonstratie zullen gebruiken voor trainingen voor lokale boeren.
De eerste rij is een rij bomen (stikstofbindenden bomen, fruitbomen en bomen voor houtproductie), daarna komen drie rijen mais (of een ander gewas), daarnaast een chop-and-drop rij (deze rij wordt iedere keer voordat je gaat planten volledig gekapt en de blaadjes en takjes worden op de grond als mulch gebruikt), daarna weer drie rijen mais, waarna een nieuwe bomenrij volgt, daarna weer drie rijen mais, enzovoort.
We zijn van plan om het eerste demonstratieveld begin 2026 te planten, een tweede demonstratieveld begin 2027 te planten en dan begin 2028 de lokale families uit te nodigen voor een training, waar ze de twee velden kunnen bekijken en daarna op hun eigen land kunnen planten.
Om dit mogelijk te maken moeten we onze boomkwekerij uitbreiden, want veel van de stekjes zijn lokaal niet goedkoop te verkrijgen. Om voldoende potgrond te krijgen zijn we van plan om een wormenkwekerij op te starten en om voldoende mest voor de wormenkwekerij te krijgen hopen we een aantal koeien aan te kopen. Dit jaar zullen we daarvoor de plannen maken die we vervolgens volgend jaar willen gaan uitvoeren.
De bomen in het voedselbos groeien goed! De meeste boompjes zijn nu sterk genoeg om het komende droge seizoen te overleven. Volgend jaar hopen we Hope Alive families de mogelijkheid te bieden zelf een voedselbos aan te planten op hun eigen land. We zijn van plan op de boerderij een boomkwekerij op te zetten en verschillende soorten fruitbomen te planten, waaronder papaja, avocado, mango, citroen, jackfruit, banaan en stikstofbindende bomen die de andere bomen beter laten groeien. Ieder familie zal 100 stekjes krijgen. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor de transportkosten naar hun land en voor het planten van alle stekjes. Wij hopen voldoende fondsen te kunnen werven om zodoende alle stekjes te kunnen betalen. Veel van de Hope Alive families hebben niet genoeg geld om te investeren in de toekomst, aangezien ze al genoeg moeite hebben om voldoende eten voor iedere maaltijd te kopen. Met een eigen voedselbos krijgen ze niet alleen gezond fruit voor de familie, maar ze kunnen de extra oogst ook verkopen op de markt, zodat ze op lange termijn ook meer inkomsten hebben.
Het Nieuwe Hope Alive Centrum
Dit jaar hebben we op het platteland in het noorden van Oeganda mooie vooruitgang geboekt met de bouw van een nieuw Hope Alive centrum in Koch Lii.
Vorig jaar hebben we veel families bezocht in de buurt van het nieuwe centrum. We kwamen erachter dat bij 64% van alle families er kinderen woonden die de basisschool niet hadden afgemaakt of helemaal nooit naar school zijn gegaan, omdat de families het schoolgeld niet kunnen betalen. Er is ook geen middelbare school in de buurt, dus de meeste studenten die de basisschool wel afmaken kunnen dan niet meer doorstuderen. De dichtstbijzijnde school staat op 18 km afstand lopen en dit is voor de meesten te ver en zelfs de families die een iets hoger gemiddeld inkomen hebben kunnen een kostschool niet betalen.
In januari gaan we beginnen aan de laatste fase van de bouw t.w. de grote zaal en het kantoor. Aan het eind van de zomer hopen we een site manager en assistent aan te stellen. Zij kunnen dan beginnen met het interviewen van families en de 50 meest kwetsbare studenten kunnen zich aanmelden bij Hope Alive. Als alles goed verloopt kan het programma in januari 2026 starten en kunnen de studenten weer naar school gaan.
Kampala Saturday Club
In Kampala is Gertjan de afgelopen maanden naar de Saturday Club gegaan. Hij is begonnen met een Bijbelstudie met de jonge mannen en heeft ook gesproken met huidige en voormalige studenten over de mogelijkheid om een spaar- en lening groep op te zetten. Het is niet makkelijk om een betaalde baan te vinden in Kampala. Sommige werkgevers geven Hope Alive studenten/Alumni een onbetaalde stage met daarbij de belofte dat ze op een gegeven moment een baan zullen krijgen. Echter in de praktijk blijkt het vaak makkelijker voor deze werkgevers om een nieuwe stagiaire te vinden dan iemand een baan aan te bieden. Het gevolg is dat veel Alumni moeite hebben om voldoende te verdienen om voor hun families te kunnen zorgen. Zelf een nieuw bedrijfje opstarten is niet makkelijk, maar geeft hen een betere kans om een inkomen te verdienen.
Masaka Business Training
Veel verzorgers van de Hope Alive studenten in Masaka kunnen moeilijk rondkomen. Er is bijna geen werk te vinden, dus als je wat wilt verdienen moet je zelf wat opstarten, maar de families hebben geen geld om in een project te investeren. Om de families te ondersteunen hebben we een aantal spaargroepen opgestart. Iedere week (of om de week) komt de groep samen en krijgt iedereen de mogelijkheid om wat te sparen. Het spaargeld (en wat fondsen die wij aan de groep hebben gegeven) wordt vervolgens gebruikt om een lening te geven aan de deelnemer die daarvoor een aanvraag heeft ingediend. De lening wordt met wat rente terugbetaald en aan het eind van het jaar krijgt iedereen zijn spaargeld en wordt de rente verdeeld onder de deelnemers.
Een groot aantal deelnemers heeft een klein winkeltje opgestart of verkoopt nu waren op de markt (zie foto’s hieronder). Om hen te ondersteunen is Gertjan van plan om eind januari een business training te organiseren voor alle Hope Alive families die daar interesse in hebben.